c. Vr.
Wat moeten wy doen om te strijden, en om goede tegenstandt te doen tegen alle verleydinge tot de sonden?
Ant. Wy moeten dese dingen waernemen:
[1.] Wy moeten een goeden moet grijpen, met vertrouwen dat wy sullen konnen overwinnen, 1 Pet. 5.9. Vast zijnde in den gelove, Eph. 6.10. Wordet versterkt in den Heere.
[2.] Wy moeten goede wapenen gebruyken, die ons Gods Woord geeft, Eph. 6.11. Doet aen de geheele wapen-rustinge Gods, 2 Cor. 10.5. Onse wapenen zijn geestelijk.
[3.] Wy moeten ons verlaten op Gods beloofde bystand, Eph. 6.10. Wordet kragtig in den Heere, en in de sterkte sijner kragt, 1 Cor. 10.13. God is getrouw, hy en sal u niet laten versogt worden boven u vermogen.
(4.) Wy moeten vyerig bidden, dat de Heere ons beware, Ps. 119.133. Maekt mijne voetstappen vaste, Ps. 138.3. Ten dage als ik riep, hebt gy my verhoort: gy hebt my versterkt met kragt in mijn ziele.