c. Vr.
Hoe namen dit de Pharizeen en Schrift-geleerden op?
Ant. Sy ontboden de Apostelen, en verboden haer scherpelijk, datse in den name Jesu niet meer souden prediken: Dog de Apostelen betuygden datse God meer moesten gehoorsamen als de menschen: Daer by gingen zy tot vyerige gebeden, biddende God om hulpe tegens hare vyanden, Act. 4.31. Als sy gebeden hadden, wierd de plaetse, in welken sy vergadert waren, beweegt, Act. 2. verss. 3, 18, 19.