c. Vr.
Wat moeten de ouders doen, om hare kinderen de vreese des Heeren in te planten?
Ant. De ouders moeten dese middelen gebruyken:
(1.) Van jongs af moetense met de kinderkens van God, van den Hemel en van de Helle dikwils spreken, Prov. 4.3. Ik was mijns vaders soon, teder, vs. 4. Ende hy leerde my, 2 Tim. 1.5. 2 Tim. 3. vs. 15. Deut. 6.7. Gy sult daer van spreken als gy in u huis sit.
[2.] Men moet de kinderkens bestraffen en straffen alse quaet doen, Prov. 6.23. De bestraffingen der tugt zijn de weg ten leven, Prov. 23.13, 14. Gy sult hem met de roede slaen, ende zijn ziele van de Helle redden.
(3.) De ouders moeten selve met een goet exempel van leven haer kinderkens voor-gaen, Ps. 101.2. Ik sal verstandelijk handelen in den opregten weg; Ik sal in het midden mijnes huis wandelen in opregtheid mijnes herten, Jos. 24.15. My aengaende, ende mijn huis, wy sullen God dienen.