b. Vr.
Maer schijnt het niet, dat de Heilige Geest maer een geestelijke werkinge Godts is, in den Nieuwen Testamente, en dat uyt Joh. 7. vs. 39. Dit seide Jesus van den Geest den welken ontfangen souden, die in hem geloven. Want de Heilige Geest en was nog niet, overmits Jesus noch niet verheerlijkt was?
Ant. Men moet onderscheyt maken tusschen den Persoon van de Heilige Geest, ende tusschen zijn gaven en werkingen: Dese plaets spreekt niet van de persoon des Heiligen Geestes, maer van eenige bysondere gaven des Nieuwen Testaments, dewelke de Heilige Geest soude uytstorten, 1 Cor. 12.4. Daer is verscheidenheid der gaven, dog het is deselve Geest, 1 Cor. 12.11. Act. 2.4.