Skip to content
1700

Dagelyckse huys-catechisatie

Franciscus Ridderus

a. Vr. Hoe moeten die gene, dewelke Dienstboden onder haer hebben, met deselvige leven? Ant. Sy hebben dese pligten waer te nemen; [1.] Sy moeten haer geven goed mogelijke, en redelijke geboden en bevelen, Lev. 25.43. Gy en sult geen heerschappye over hen hebben met wreetheid, Eph. 6.9. Na-latende de dreiginge, Exod. 1.13, 14.

[2.] Sy moeten hare Dienstboden bestraffen en straffen als sy misdoen, 2 Reg. 5.26. Eliza seide tot Gehasi, was het tijd om dat silver te nemen, ende om kleederen te nemen? Prov. 29.9. [3.] Sy moeten in haer zwakheden, ende in haer siekten, haer behulpsaem wesen, Matt. 8.6. De Hooft-man bad Jesum, seggende, Heere mijn Knegt ligt te huis lijdende groote pijne, 1 Sam. 30.13. [4.] Sy moeten goede sorge dragen voor haer zielen, en voor haer zaligheyd, en daerom moetense haer Dienstboden niet alleenlijk te huys onderwijsen in de Religie, maer sy moeten ook haer den Sabbath wel laten onderhouden door den openbaren Godsdienst, en door andere huys-pligten, Deut. 5.14. De sevende Dag is de Sabbath des Heeren uwes Gods, dan en sult gy geen werk doen, gy nog u Sone, nog u Dogter, nog u Dienstknegt, nog u Dienstmaegt, nog u Osse, nog u Ezel, nog eenig van u Vee, nog u Vremdeling die in uwe poorten is, op dat uwe Dienst-knegt en uwe Dienst-maegt ruste gelijk als gy, Act. 10.33.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dagelyckse huys-catechisatie · Franciscus Ridderus · Poetry Cove