b. Vr.
Wiens werk is het, andere menschen over haer sonden te bestraffen?
Ant. Dit is wel meest het werk van die gene, dewelke over andere zijn gesteld: nogtans is dit ook het werk van alle Christenen in 't gemeyn, Gal. 6.1. Broeders, indien ook een mensche overvallen ware door eenige misdaed, gy die geestelijk zijt brengt den soodanigen te regte met den geest der sagtmoedigheid, Lev. 19.17. Gy sult uwen naesten neerstelijk berispen, Tit. 2.4.