Skip to content
1700

Dagelyckse huys-catechisatie

Franciscus Ridderus

c. Vr. Waer aen kend men dese kinderlijke vreese Gods? Ant. Aen dese ken-teikenen: (1.) Als wy alle quaed haten, en laten, Prov. 3.7. Vreest den Heere, ende wijkt van het quade, Prov. 16.6.

(2.) Als men het heimlijkste quaed laet om Godes vrese wille, daer men andersins geen mensche heeft te vreesen, Joh. 31.21. Het verderf Gods was by my een schrik, ende ik vermogt niet van wegen zijne hoogheid, Gen. 39.12. Joseph vlugtede. (3.) Als wy door geen schepsel ons van Gods wegen laten aftrecken, Matt. 10.28. En vreest niet voor de gene die het lichaem dooden, Esa. 8.12, 13. (4.) Als wy Gods Woord, en sijne heilige ordinantien des Gods dienst, met een groote eerbiedigheid gebruyken, Gen. 28.17: Hoe vreesselijk is dese plaetse, Ps. 2.11. Verheugt u in God met bevinge, Phil. 2.12. Werkt u selfs saligheid met vreesen en beven.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dagelyckse huys-catechisatie · Franciscus Ridderus · Poetry Cove