Stemme: Ps. 40. Na dat ik langen tijd, &c.
1. ASa heeft 't Volk seer wel gereformeert,
Jerobeams Huys wied vernielt:
Asa heeft veel Moren ontzielt,
En Zimri is van Omri overheert:
Hy bouwd' de stad Samaria:
Hy liet sijn soon Achab na.
Juda had Josaphat,
Die heeft Gods dienst geset
Volkomen na Gods Wet:
Gods Wet kreeg yder Stad.
2. 't Godloos bedrijf in Israels gebied,
Ontstond door Achabs godloosheyd:
God heeft sijn straffe ook bereyd:
In langen tijd en regende het niet,
De drank begon t' ontbreken,
Elias is geweken:
Een Raven en een Vrouw
Onderhielden Gods Man:
Doe moest 'er Baal an:
Gods Man was God getrouw.
3. De Syrier quam aen met grote magt,
Maer Achab dreef hem op de vlugt;
Benhadad voor sijn lijf bedugt,
Wierd met Achab tot vrede weer gebragt:
Achab trok weer ten strijde;
Josaphat aen sijn zijde,
Hem trof ter dood een pijl.
Het Heyr laeft Eliza,
Hy gaet Elias na,
De op-voer onderwijl.