c. Vr.
Wat struikelingen zijn de gemeinste tegen andere mensen?
Ant. Dese navolgende:
[1.] Leugentale is een gemeine sonde, ende nogtans een groot quaed, Rom. 3.4. Alle menschen zijn leugenagtig, Ps. 116.11.
[2.] Agterklap word onder de Christenen gevonden, Ps. 50.20. Gy sit, gy spreekt tegen uwen broeder, tegen de soone uwer moeder geeft gy lasteringe uit, Prov. 11.13. Die als een agterklapper wandelt, openbaert het heimelijke.
[3.] Verkeert oordeel over het doen en laten van andere menschen, Matth. 7.1. En oordeeld niet, op dat gy niet geoordeeld en word, 1 Sam. 1.13. Eli oordeelde Hanna voor dronken.
[4.] Nijdigheid is onder de Christenen, over het welvaren van andere, Jac. 3.16. Waar nijd is, aldaer is verwerringe, Gen. 4.6.
[5.] Ergernisse ligtelijk aen zwacke gegeven, Luc. 17.1. Het en kan niet wesen dat 'er geen ergernissen en komen, 1 Cor. 10.32.
[6.] Gramschap bestookt ons ligtelijk, en brengt ons tot quade vrugten, Jac. 1.20. De toorn des mans en werkt God geregtigheid niet, Jac.3.8.
[7.] Ongelijk doet men malkanderen ligtelijk aen in de burgerlijke handelingen, 1 Thess. 4.6. Dat niemand sijnen broeder en vertrede noch bedriege in sijne handelinge, Jer. 9.5. Sy handelen bedrieglijk, een yegelijk met zijn vriend.
[8.] Wraekgierigheid is geen gemeyn quaed onder de menschen Rom. 12.7. Vergeld niemand quaed voor quaed, Gen. 4.23.