c. Vr.
Hebben dan David, Salomon, Petrus, etc. in haer groote sonden den Geest der Heiligmakinge niet verloren?
Ant. De geest der Heiligmakinge is in haer seer verduistert en bedwelmt geworden; ja als in zwijmeling gevallen: Nogtans is deselvige niet uit-gebluscht geworden: Gelijk blijkt uit Davids vierig gebed, Psal. 51.31. En neemt uwen Heiligen Geest niet van my, Psal. 89.34. Luc. 22.32. Simon, ik hebbe voor uw gebeden, dat uw geloove niet op en houde, 1 Joh. 3.9. Het zaet Gods blijft in haer.