b. Vr.
Moet een Christen altijd besig zijn met de pligten van godsaligheyd, ende van Gods-dienst?
Ant. Een Christen moet altijd godsalig leven, dog alsoo, dat hy sig mag, en moet oeffenen in een eerlijk beroep van dit tijdlijk leven, 1 Cor. 7.20. Een yegelijk blijve in de beroepinge, daer in hy van God is beroepen, 1 Tim. 5.8. Die de zijne, en voornamelijk zijne Huis-genoten niet en versorgt, heeft het geloove verloochent, 2 Thess. 3.10, 11.