b. Vr.
Waerom is soo een voor-bereidinge noodig?
Ant. Om dese redenen; [1.] Onse God siet op het herte, hoe het gesteld is als wy voor hem komen: Hy is met het uitwendige niet te vreden, Ps. 51.8. Siet gy hebt lust tot waerheit in het binnenste, Esa. 1.12. [2.] De oeffeningen in de Godsdienst zijn geestelijke oeffeningen, die alleenlijk met een wel-gestelde ziele behoorlijk konnen verrigt worden, Ps. 57.8. Mijn herte is bereid, ô God! mijn herte is bereid, ik sal singen, ende Psalm-singen, 1 Cor. 14.15. Ik sal wel met den geest bidden, maer ik sal ook met den verstande bidden.
[3.] Onse verdorventheid, en natuerlijke onbequaemheyd is seer groot, dewelke ook van de Satan word meer en meer aengestookt, soo wy op ons hoede niet en zijn, 2 Cor. 3.5. Niet dat wy van ons selven bequaem zijn yet te denken, als uit ons selven, 1 Pet. 5. vs. 8. Waekt, want de Satan gaet om u als een briesschende Leeuw.