c. Vr.
Wat dede Jotham hier tegen?
Ant. Jotham riep van den Berg Charizim de Burgeren van Zichem toe, datse so hadden gedaen, als of de bomen, niet de Olijfboom, en Wijn-stok, maer de Doorn-boom tot haer Koning gemaekt hadden; en voorseide haer, dat Sy en Abimelech malkanderen souden verteeren als een vyer; 't welk also is geschied, want twist zijnde ontstaen, heeft Abimelech de stad Zichem bedorven, en hy is van een vrouw, in 't bestormen van een Toorn, met een Molen-steen de kop gebroken, Jud. 9.53. De vrouw verpletterde zijn herssen-panne, Jud. 9.15, 23.