c. Vr.
Wat weder-varen heeft David gehad in sijn vlugten?
Ant. Te Nob at hy van de Toon-broden, door hongers-nood: En ontfing het Goliadsche zwaerd van den Priester, 't welk Doeg aen Saul aenbrengende, soo heeft Saul hierom Achimelech en vijf-en-tagtig Priesters laten dooden: Te Adullam quamen sijn Vrienden by hem, en vier hondert Mannen die benauwt waren van gemoed, van waer David vertreckende na Mispe, in het land der Moabiten, liet sijn Ouders aldaer in versekeringe by den Koning. Te Achis moest hy sig als een Geck houden, om dat hy sig aldaer niet vertrouwde, 1 Sam. 21.13. Hy veranderde zijn gelaet, 1 Sam. 22.18. 1 Sam. 22.1, 2.