c. Vr.
Als yemant die natuerlijke kennisse Gods wel gebruykt, sal Godt dan aen soodanige het Euangelium openbaren?
Ant. Het staet ons niet te ondersoecken wat God somtijds wil doen: Paulus toont, dat Godt dit nergens heeft belooft te sullen doen, Eph. 2.12. In dien tyt waert gy sonder Christo, vervreemt van het burgerschap Israëls, ende vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hope hebbende, Eph. 4.18.