b. Vr.
Wat moet ons bewegen om Christum lief te hebben?
Ant. (1.) De liefde die Jesus tot ons heeft gehad, en nog heeft, is onse liefde wel weerdig, Rom. 5.6. Christus als wy nog kragteloos waren, is te zijnder tijd voor de godloose gestorven, Joh. 5.13. Niemand en heeft meerder liefde.
(2.) De heerlijkheid en waerdigheid van sijn persoon, Apoc. 1.5. Hy is de Overste der Koningen, Heb. 1.3. 1 Pet. 2.7. U dan, die gelooft, is hy dierbaer.
(3.) Sijn groote vriendelijkheyd in het noodigen: en sijn liberaelheyd in het mede-deylen van allerley zegeningen, Joh. 1.16. Uit zijne volheid hebben wy alle ontfangen genade voor genade, Matt. 11.29, 30. Komt alle tot my die vermoeit ende beladen zijt, en ik sal u ruste geven.
(4.) Het is noodig dat wy Christum lief-hebben, ofte andersins souden wy moeten verloren gaen: ende hem liefhebbende, sullen wy eeuwiglijk met hem in den Hemel wonen, 1 Cor. 16.22. Indien yemand den Heere Christum niet lief en heeft, die zy een vervloekinge, Joh. 17.24. Vader ik wil, dat daer ik ben, ook die gene zijn die gy my gegeven hebt, op dat sy mijne heerlijkheid mogen aenschouwen.