c. Vr.
Mag men wel gemeynschap en vrientschap houden met de soodanige die een ander geloove hebben van de goddelijke dingen als wy hebben?
Ant. Men mag met haer somtijts by voorval en noot wel burgerlijk omgaen, maer niet soo vriendlijk, dat wy haer quade kennis schijnen toe te stemmen, of middelmatigh te houden, 2 Joh. 1.10. Indien yemant tot u lieden komt, en dese leere niet mede brenget, en ontfangt hem niet in u huis, en segt tot hem niet, zijt gegroet, vs. 7, 8.