b. Vra.
Wie zijn het Volk van Christus?
Ant. Alle die hem van den Vader gegeven zijn om salig te maken, Joh. 6.39. Dit is de wille des Vaders die my gesonden heeft, dat al wat hy my gegeven heeft, ik daer uit niet en verliese, maer het selve opwecke ten uitersten dage, Rom. 8.29. Die hy te voren heeft verordineert, vs. 30. Joh. 17.9. Ik en bidde niet voor de wereld, maer voor die gy my gegeven hebt, vs. 11.