a. Vr.
Wat deden de Over-priesters en Pharizeen, als sy alle dese dingen van Jesus hoorden en sagen?
Ant. Sy, vreesende dat al het volk van haer soude af-vallen tot Jesum, besloten datse hem wilden doden, Joa. 11.48. Indien wy hem alsoo laten geworden, sy sullen alle in hem gelooven, Joa. 11. vs. 50, 53, 57.