a. Vr.
Waer toe heeft God ons een redelijke ziele gegeven?
Antw. Op dat wy een ander, ende een beter leven souden leyden als de Beesten des velts, Esa. 34.7. Ik hebse geschapen tot mijner eere, Psal. 23.9. Weest niet gelijk een Paert, gelijk een Muil-ezel, welke geen verstant en heeft, Phil. 2.12. 1 Pet. 1.9.