c. Vr.
Hoe onderhielden sig de Christenen in die tijd, ten opsigte van het tijdelijke leven?
Ant. Yder bragt sijn goederen tot de Apostelen, op dat niemant gebrek hadde, en alsoo hadden sy met malkanderen alle goederen gemeyn, Act. 4.35. Een yegelijk wierd uit gedeilt, na dat elk van nooden hadde, Act. 4.32, 34, 37.