a. Vr.
Mag men de Engelen Godsdienstige eer bewijsen?
Ant. Neen: Col. 2.18. Dat u niemand overheersche na zijnen wille in nedrigheid, ende dienst der Engelen, Apoc. 19.20. Ik viel voor den Engel neder om hem aen te bidden, ende hy seide tot my, siet dat gy dit niet en doet, ik ben u mede-dienstknegt, aenbid God. Apoc. 22.9.