c. Vr.
Wat behoort ons te bewegen tot soo een godzaligheyd des levens?
Ant. Dese beweeg-redenen: (1.) Christus aengemerkt in sijn vriendelijke noodigen, en bittere smerten voor ons, ende in sijn exempel, Matt. 11.29. Neemt mijn Jok op u, Rom. 6. vs. 4. 1 Joh. 2. vs. 6. Die segt dat hy in hem blijft, die moet ook selve also wandelen gelijk hy gewandelt heeft. (2.) Gods weldaden, soo in de nature als in de genade ons bewesen, Rom. 12.1. Soo bidde ik u dan, Broeders, door der ontfermingen Gods, dat gy uwe lichamen stelt tot een levende, heilige, ende Gode welbehagelijke offerhande, welke is uwen redelijken Gods-dienst, Luc. 1.74, 75. (3.) De beloften, die wy Gode in gebeden, en in het heylige Avondmael doen, Jos. 24. vs. 22. Gy zijt getuygen over u selven, dat gy den Heere verkoren hebt, Rom. 6. vs. 4. Psal. 66.13. Ik sal mijn beloften betalen, vers 14. Die mijne lippen hebben ge-uytet, en mijn mond heeft uit-gesproken als my bange was, (4.) De voor- deelen uyt een Godsalig leven te bekomen zijn, 1 Tim. 4.8. De Godsaligheyd is tot alle dingen nut, Esai. 3.10. Segget den regtveerdigen, het sal hem wel gaen.