b. Vr.
Hoe sullen wy ons herte konnen tot soo een verbrijseltheid bewegen?
Ant. Door dese middelen:
[1.] Ondersoekt op het nauwste uwe sonden aen Gods Wetten, en bemerkt u verdoemelijkheyd, Ps. 38.5. Mijne ongerechtigheden gaen over mijn hooft, als een sware last zijnse my te swaer geworden. Ps. 130.3. Wilt gy de sonden toerekenen, wie sal bestaen?
[2.] Ontbied Godsalige mannen, ontdekt u herte voor haer, en geeft haer de authoriteyt om tot u vrymoediglijk te spreken, Jac. 5.14. Is iemand krank onder u, dat hy tot hem roepe de Ouderlingen der Gemeinte, Jac. 5.16. Ps. 141.5. De regtveerdige sla my.
[3.] Overdenkt waer na toe u de dood sal leyden, hoe groot, en nauwsiende de Regter is, voor wiens oogen gy moet verschijnen, Heb. 4.13. Daer is geen schepsel onsigtbaer voor hem: maer alle dingen sijn naekt en geopent, voor de ogen der genen met welke wy te doen hebben, 1 Cor. 4.5. Hy sal openbaren de raedslagen des herten.
[4.] Gelooft sekerlijk, dat gy op u eyge werken niet sult konnen bestaen: maer dat gy alles uyt onverdiende genade sult moeten bekomen, Ps. 143.2. En gaet niet in 't gerigte met uwen knegt, want niemand die leeft en sal voor u aengesigte rechtveerdig zijn, Job. 9. vs. 3. Soo hy lust heeft om met my te twisten, niet een uit duisent sal hy hem beantwoorden.