c. Vr.
Waerom is dit soo een groote ellende?
Antw. Om dese vier redenen, [1.] Dit is een ellende die de ziele selve lijd, nu het lijden der ziele is het zwaerste lijden, Prov. 18.14. Een verslagen geest, wie sal die op-heffen? Prov. 15.13. Door de smerten des herten word de geest verslagen. [2.] Om dat onse grootste Vriend, onse God, als onse vyand dan word aengemerkt, Job 10.16. Gelijk een felle Leeuw jaegt gy my, gy keert weder en stelt u wonderlijk tegen my, Ps. 88.17. Uwe hittige toornigheden gaen over my: uwe verschrickingen doen my vergaen, Job. 34.29. [3.] Om dat de Duivel hier weet onder te spelen, ende de menschen soekt te doen gelooven, datse verdoemt sullen worden, ende dat daerom als haer Gods-diensts vergeefs is ja datse tot haer zwaerder verdoemenisse sal uyt-vallen, Ps. 73.13. Immers hebbe ik te vergeefs mijn herte gesuivert, ende mijn handen in onschuld gewasschen, 2 Cor. 2.10, 11. Luc. 22.31. De Satan heeft u soeken te siften als tarwe. [4.] Om dat de smaed en spot der menschen op soodanige lieden valt, Job. 19.15. Mijn Huys-genoten ende mijn Dienst-maegden agten my voor een vreemden, vs. 16, 17. Ps. 88.9. Mijne bekende hebt gy verre van my gedaen, gy hebt my hen tot een grouwel gesteld.