b. Vr.
Wat sal de oeffeninge wesen, van het hemelsche leven?
Ant. Het werk der Engelen; dat is, God te loven en te prijzen: Christum te volgen, etc. Apoc. 4.8. Sonder ruste dag en nagt, seggende, Heilig, heilig, heilig is de Heere God de Almachtige: die was, die is, die komen sal, vs. 11. Apoc. 7.18. Het Lam dat in 't midden des Throons is, salse weiden, ende sal haer een Leytsman zijn tot de levende fonteinen, Apoc. 14.1.