c. Vr.
Wat regelen moet men dan waernemen in onse vermakelijkheden?
Ant. Dese navolgende:
[1.] Men moet de vermakelijkheden deses levens niet te hoog agten, Phil 3.19. Welker God de buik is, 2 Tim. 3.4.
[2.] Men moet daer niet dikwils in besig wesen, 2 Pet. 2.13. Dese sullen verkrijgen den loon der ongeregtigheid, die de dagelijkse weelde haer vermaek agten, Luc. 16.19. De Rijke man leefde dagelijks pragtig.
[3.] Men moet toonen, dat men het herte in die dingen niet vast heeft gehegt, maer dat men vermaek heeft in andere vreugde, Rom. 14. vers 17. Het Koningrijke der Hemelen en is niet spijse en drank: maer geregtigheid, vrede, en blijdschap door den Heyligen Geest, Ps. 4. vers 8.
[4.] Men moet in alle middelmatige vermakelijkheden sig seer omsigtig dragen, en gestadig bekommert zijn, of daer uyt geen verbrekinge van Gods gebod, en ergernisse voor de zwacke sal voortkomen, Prov. 29. vers 11. Een sot laet sijn gantsche geest uit. Jude vers 12. Dese zijn vlecken in uwe liefde maeltijden.