a. Vr.
Hoedanig zijn de lusten des herten van nature?
Antw. Uyt de nature zijn de lusten des herten boos, en grouwelijk, Gen. 8.21. Het gedigtsel van 's menschen herte is boos van zijne jeugt aen, Matt. 15.19. Eph. 2.3. Onder dewelke wy ook alle eertijds verkeert hebben, in de begeerlijkheden onses vleeschs, doende den wille des vleeschs, ende der gedagten.