c. Vr.
Hoe bevinden sig de Mannen Gods als sy in dit werk besig zijn?
Antw. Die het wel meinen met de saken Gods sullen van yver branden, en menigmael veel te verre schijnen te gaen, in het oordeel van die soetvoerige Lieden, Ps. 69.10. Den yver van u Huis heeft my verteert, 2 Cor. 5.13, 14. Ps. 119.136. Mijne oogen vlieten van tranen.