Skip to content
1700

Dagelyckse huys-catechisatie

Franciscus Ridderus

c. Vr. Wat onderscheyd is 'er dan tusschen ware geloovige, en tijd-geloovige? Ant. De ware geloovige konnen haer selven onderscheyden uit dese teikenen: [1.] Als godloose ongevoelijk gaen, soo klagen en kermen de geloovige seer over dese verlatinge Gods, Job. 3.24. Voor mijn brood komt mijne sugtingen, ende mijne brullingen worden uitgestort als water, Ps. 42.4. Ps. 80.6. Mijne tranen zijn my tot spijse dag en nagt.

[2.] Tijd-geloovige toonen geen groot verlangen na troost, maer de regt-geloovige hebben een groote begeerte na vertroostinge, Ps. 42.2. Gelijk een hert schreeuwt na de waterstroomen, Rom. 8. vs. 19. [3.] De onherboorne soeken met Saul haer rust in quade middelen: Maer de kinderen Gods soeken door heylige middelen soo lange, tot datse haren God wederom in genade hebben gevonden, Psal. 77.3. Ten dage mijner benauwtheid sogt ik den Heere, mijne hand was des nachts uit-gestrekt, ende liet niet af, Esai. 64.1. Och, dat gy de Hemelen scheurdet, dat gy neder quaemt. (4.) Als God van de godloose wijkt, soo komt hy niet wederom: Maer als hy de vrome verlaet, soo is 't maer voor een korten tijd, Esa. 57.7 Voor eenen kleinen oogenblik hebbe ik u verlaten: maer met groote ontfermingen sal ik u vergaderen, Hos. 5.15.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dagelyckse huys-catechisatie · Franciscus Ridderus · Poetry Cove