b. Vr.
Wat hebben de Geloovige met malkanderen gemeyn?
Ant. Dese navolgende dingen:
(1.) Sy hebben den selven God tot een Vader, en Christum tot haer Hooft en Broeder, Eph. 4.6. Een God ende Vader van alle, die daer is boven alle, en door alle, en in alle, Mat. 6.9.
(2.) Sy hebben deselvige geestelijke weldaden van het Genadenverbond, 2 Pet. 1.1. Simon Petrus, een dienst-knegt ende Apostel des Heeren Jesus Christi, den genen die even dierbaer gelove met ons verkregen hebben, door de regtvaerdigheid onses Gods, en Zaligmakers Jesu Christi, Rom. 4.11, 12.
(3.) Sy hebben regt tot de selvige Hemelsche goederen, Rom. 8.17. Indien wy kinderen zijn, soo zijn wy ook erfgenamen: erfgenamen Gods, en mede erfgenamen Christi, Heb. 11.22, 23.