c. Vr.
Wat dede Jesus, als hy uyt het huys der Pharizeen ging?
Ant. Hy leerde de volgende Schare, datse sig moesten bereyden, wildense zalig worden, alles des noods zijnde te verlaten om des Euangeliums wille; en datse moesten te voren overleggen, hoe dierbaer haer het Christendom ware; daer toe voorstellende de gelijkenisse van een Torenbouwer, en van een Koning die ten strijde trekt, Luc. 14.33, Een ygelijk van u, die niet en verlaet alles wat hy heeft, en kan mijn discipel niet zijn, Luc. 14.27, 28, 29.