c. Vr.
Hadden de gesigten der plagen nog geen einde?
Ant. Neen, maer Johannes sag nog seven Engelen, die de laetste plagen hadden; en een glasen Zee, daer de Overwinners van het Beest vrolijk by-stonden, met Lof-sangen in haer mond: Daerna quamen die seven engelen uit den Tempel, en goten hare Wraek-phiolen uit over de aerde, insonderheid ook over het Beest, en tot ondergang van het groote Babylon, Apoc. 15.1. Seven Engelen hadden de seven laetste plagen, Apoc. 15.2, 4, 8. Apoc. 16.19.