c. Vra.
Hoe wort dan van vele Heilige geseit datse onberispelijk, met een volkomen Herte God hebben gedient? Gelijk David, 1 Reg. 14.8. Josia, 2 Reg. 24.25. Asa, 1 Reg. 15.11. Zacharias, Luc. 1 vs. 6.
Antw. Dit beteykent hare oprechtigheid omtrent alle Gods geboden, en niet hare volmaektheid. Gelijk Hiskia seyde, Esa. 38.3. Och Heere! gedenkt dog dat ik voor u aengesigte in waerheid, en met een volkomen hert gewandelt, en dat goed in uwe oogen is, gedaen hebbe, Ps. 26.2. Ps. 32.1. In wiens geest geen bedrog en woont.