Skip to content
1700

Dagelyckse huys-catechisatie

Franciscus Ridderus

b. Vr. Waer uyt kan men seker zijn, dat yemand nog is in de staet der sonde? Ant. De ken-teikenen zijn dese: (1.) Een grove onwetenheyd van de dingen der saligheid, Eph. 4.18. Verduistert in het verstant, vervremt van het leven Gods, door de onwetenheid die in haer is, 1 Cor. 2.14. De natuerlijke Mensche en begrijpt niet de dingen die des Geestes Gods zijn, Act. 26.18.

(2.) Een gewillige overgevinge van sig selven, om met lust de sonden te begaen, Rom. 6.16. En weet gy niet dat wien gy u selven stelt tot dienstknegten ter gehoorsaemheid, gy dienstknegten zijt der gene die gy gehoorsaemt, ofte der sonde tot de dood, ofte der gehoorsaemheid tot geregtigheid? Eph. 4.19. Ongevoelig geworden zijnde, hebben haer selven overgegeven tot ontugtigheid, om alle onreinigheid gieriglijk te bedrijven. (3.) Een tegenstreven ende tegenstant, tegen Gods Wetten? Rom. 8.7. Het bedenken des vleesch is vyandschap tegen God, het en onderwerpt sig de Wet Gods niet, Mal. 3.14. Gy segt, het is te vergeefs God te dienen, Job. 21.14. Sy seggen tot God, wijkt van ons, want aen de kennisse van uwe wegen en hebben wy geenen lust, Jer. 44.16. Wy en sullen na u niet hooren. (4.) Een ongevoelig herte, sonder schrick en bekommeringe, Eph. 4.19. Welke ongevoelig geworden zijnde, hebben haer selven overgegeven tot ontugtigheid, 1 Tim. 4.2. Hebbende haer eigen conscientie, als met een brand-yser toegeschroeid.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dagelyckse huys-catechisatie · Franciscus Ridderus · Poetry Cove