b. Vr.
Wat moet ons bewegen tot dese opregtigheyd des herten?
Ant. De beweeg-redenen zijn dese: (1.) God kend ons herte, wy konnen voor sijn oogen niet verborgen wesen, Ps. 7.10. Gy die herten en nieren beproeft, ô regtveerdige God! Apo. 2,23. Alle de Gemeinten sullen weten, dat ik het ben die herten en nieren doorsoeke. (2.) God heeft een grouwel van alle geveinstheid, maer hy bemind de opregte van herten, Matt. 23. vs. 23. Wee u Schriftgeleerden en Pharizeen, gy geveinsde, Ps. 51.8. Gy hebt lust tot waerheid in het binnenste. (3.) Een opregt herte is in een veilige staet voor God en menschen, ende geeft groote vreugde en gerustheyd in alle voor-val des leven, Prov. 10.9. Wie in opregtigheid wandelt, wandelt seker, 2 Cor. 1.12. Onsen roem is dese, namelijk, het getuigenisse onser conscientie, dat wy in eenvoudigheid en opregtigheid Gods, niet in vleeschelijke wijsheid, maer in de genade Gods in de wereld verkeert hebben, ende aldermeest by u lieden.