Skip to content
1700

Dagelyckse huys-catechisatie

Franciscus Ridderus

c. Vr. Wie zijn dese lieden, welke God soo beminnen? Antw. Het zijn dese: (1.) Die van geen schepsel haer laet bewegen om yets te doen dat God mogte mishagen, Apoc. 12.11. Sy hebben haer leven niet lief gehad, tot de dood toe, Gen. 39.9. Joseph seide, hoe soude ik dit soo grooten quaed doen, ende sondigen tegen den Heere. (2.) Die gesint zijn, om de liefde Gods wille, al de wereld, ja ook het liefste dat de wereld heeft te versaken, en te verlaten, Deut. 23. vers 9. Die tot zijnen Vader en Moeder seide, ik en sie hem niet, ende die zijne Broeders niet en kende: ende zijne Sonen niet en agtede: want sy onderhielden u Woord, ende bewaerden u Verbond, Luc. 14.26. Indien yemand tot my komt, ende niet en haet zijn Vader en Moeder, ende Wijf, en Kinderen, ende Broeders, en Susters, ja ook selfs zijn eigen leven, die en kan mijn discipel niet zijn.

(3.) Die 't meer bedroeft, als sy God ergens in hebben vertoornt, dan als sy in het tijdlijke een groote schaden hadden geleden, Ps. 51.6. Tegen u alleen heb ik gesondigt, Matt. 26.75. Petrus ging uit, en weende bitterlijk. (4.) Die ter liefde van God en zijn tegenwoordigheyd, weynig lust vinden in de wereld, en haer herte daer van los hebben, 1 Cor. 7.30. Die blijde zijn, als die niet blijde zijnde, Heb. 10.34. Gy hebt met blijdschap de roovinge uwer goederen aengesien, Gal. 6.14. De wereld is my gekruist, en ik de wereld.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dagelyckse huys-catechisatie · Franciscus Ridderus · Poetry Cove