c. Vra.
Dewijl Adam voor den val at en dronk, en ook een vrou troude, etc. was dit geen bewijs dat hy sterffelijk was?
Ant. Het was een bewijs dat hij sterven konde, indien hij quam te sondigen: Maer niet dat hy sterven soude, indien hy niet quam te sondigen: Want de kracht van Gods beeld en Gods zegen in spijs en dranck, soude hem in zijn staet hebben onderhouden buyten de doot, waer toe diende als een middel, en zegel, de boom des Levens, Gen. 2.9. De Heere God hadde alle geboomte uyt het aertrijk doen spruiten, begeerlijk voor 't gesigt, en goed ter spijse. En den boom des levens in het midden van den Hof, Gen. 3.22. Apoc. 22.2.