c. Vr.
Ontstaen uyt dese wonderlijke vereeniging der twee naturen geen wonderlijke maniere van spreken in de Heilige Schrift?
Ant. Ja 't: want sommige dingen die alleen de Godlijke, of de menselijke nature eygen zijn, worden van den heelen Persoon uytgesproken; en dan nog wel soo als de Persoon Christus de naem draegt van een ander natuer, als daer die dingen eygentlijk op passen, Act. 3.28. God heeft sijn gemeinte verkregen door zijn bloet, Jo. 3.13. De Sone des menschen die in den Hemel is, 1 Cor. 2.8. 1 Joh. 1.