Skip to content
1700

Dagelyckse huys-catechisatie

Franciscus Ridderus

c. Vr. Waer mede moet een arm mensch sig vertroosten in sijne armoede? Ant. Met dese gedagten: (1.) Dat dese staet van God komt, die verstaet dat dit soo voor ons best is, Job 1.21. God gaf, God nam, Ps. 119.57. (2.) Dat wy sondige menschen zijn, die alles hebben verbeurt, en waerdig zijn in de Helle geworpen te worden, Mich. 7.9. Ik sal des Heeren gramschap dragen, want ik hebben tegen hem gesondigt, Rom. 3.19.

(3.) Dat dit het lot van de vroomste is geweest, ende dat andere godsalige veel armer zijn geweest als wy zijn, Matt. 8.20. Jesus seide, de vossen hebben holen, ende de vogelen des Hemels nesten, Maer de Sone des menschen heeft niet daer hy het hooft nederlegge, Luc. 16.21. [4.] Dat dit aerdse goed maer een ydel schaduwe is, maer dat de geestelijke goederen, en de hemelsche rijkdommen de beste zijn, hetwelke God aen de vrome arme geven wil, Jac. 2.5. Hoort mijne geliefde Broeders, en heeft God niet uytverkoren de arme deser wereld om rijk te zijn in 't geloove, ende erfgenamen des Koninkrijks, 't welk hy belooft heeft den genen die hem lief hebben? Heb. 10.34. 1 Cor. 1.27. De gedaente der wereld gaet voor-by.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dagelyckse huys-catechisatie · Franciscus Ridderus · Poetry Cove