b. Vr.
Uit wat stoffe heeft God de wereld gemaekt?
Ant. Uyt niet, Heb. 11.3. Door het geloove verstaen wy dat de werelt door het woort Gods is toebereit, also dat alle dingen die men siet, niet geworden zijn uyt dingen die gesien worden, Prov. 8.25. de aenvang van de stofkens der werelt, Col 1.16.