Skip to content
1700

Dagelyckse huys-catechisatie

Franciscus Ridderus

c. Vr. Hoe kan men weten of de sonde over de mensch heerscht? Ant. Dit kan men weten uit dese teikenen: (1.) Als men de opkomende begeerlijkheden met vermaek verneemt, en laet voortgaen sonder tegenstant, Rom. 1.27. De mannen zijn verhit geworden in hare lust, 2 Tim. 3.4. Sy zijn meer liefhebbers der wellusten, dan liefhebbers Gods. (2.) Als men die quade lust soekt met voorbedagte sinnen te voldoen, 2 Petr. 3.3. In de laetste dagen sullen spotters komen, die na haer eigen begeerlijkheden sullen wandelen, Rom. 6.13. En stelt u leden niet der sonde, soo sy geen quaed gedaen hebben. (3.) Als men op begane sonde, niet alleen onbekommert is, maer ook daer over blijde is, en wenscht wederom deselvige te mogen begaen, Prov. 2.14. Die blijde zijn in 't quaed doen, Esai. 3.9. Sy spreken hare sonden vry uit, Phil. 3.19. Haer eere stellen sy in hare schande, sy bedenken aerdsche dingen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.