a. Vra.
Wie sullen geoordeelt worden?
Antw. Alle menschen, soo de doode die dan opgestaen zijn, als de levendige die dan nog in de wereld sullen wesen, Act. 10.42. Dese is van God verordineert tot een Rigter van de levende, ende van doode, Act. 17.31. God heeft eenen dag gestelt, op dewelke hy den aerdbodem regtveerdiglijk sal oordeelen, 2 Cor. 5.10.