c. Vr.
Hoe seit dan Paulus, Eph.4.10. Die neergedaelt is, is deselvige die opgevaren is, verre boven alle de Hemelen, op dat hy alle dingen vervullen soude?
Ant. Hij spreekt van een vervullinge, niet door sijn lichamelijke tegenwoordigheit, maer door sijn gaven, vers 8. Hy heeft de menschen gaven gegeven. Act. 2.33. Eph. 4.11.