b. Vr.
Welke zijn de kinderkens in de loopbane der godsaligheyd?
Ant. Het zijn dese:
[1.] Die weinig kennisse hebben van Gods wegen, en van de gelegentheyd van Christi Koningrijke, Heb. 5.13. Sy zijn onervaren in het woord der geregtigheid, Act. 2.37.
(2.) Haer lust is nogtans tot God en sijn Woord, om wat meer te weten, en wat meer te doen, 1 Pet. 2.2. Als nieuw-geboren kinderkens, sijt seer begerig na de onvervalschte melk van Gods woord, op dat gy daer door meugt op-wassen.
(3.) Sy zijn haestig verslagen van gemoed, en wederom zijnse seer haest vervrolijkt over eenige gevoelen van Gods gunst, Esai. 49.14. Zion, seid de Heere, heeft my verlaten, Act. 16.34.