b. Vr.
Heeft de mens geen natuerlijke kragten tot eenig goet?
Ant. Ja hy, namentlijk tot natuerlijk goet, als tot eten, drinken, etc. Tot burgerlijk goet; als tot Ambachten, Koop-handel, Regeringe van Landen en Steden, etc. Ja ook tot eenig uytwendig geestelijk goet, en uiterlijke deuden; Als ter kerken gaen, tot Aelmoessen geven, yeder het syne te geven, niet te stelen, etc. Rom. 2.14. De Heidenen, die de wet niet hebben, doen van naturen die dingen, die des wets zijn, 1 Cor. 7.37. Act. 13.50.