c. Vr.
Zijn van Jethro, Job, Cornelius Ex.18. Job 1. Act. 10. geen Heydenen geweest, welke soo zijn zalig geworden?
Ant. Neen: God heeft wel eertijts dese en gene geroepen uyt de Heydenen, tot een voorbeelt, En als Eerstelingen van de aenstaende roepinge der Heydenen: dog niet om haer deugden boven andere, Rom. 11.35. Wie heeft hem eerst gegeven? Rom. 4.2. Of om dat sy de natuerlijke kennisse Gods wel hadden gebruykt, maer uyt sijn vrye genade, Rom. 10.20. God is gevonden van die hem niet en sochten. Eph. 2.8.