c. Vr.
Wat vragen zijn Christo van de Joden voor-gestelt, waer in zy hem meynden te verstricken?
Ant. De Pharizeen vraegden hem, of het geoorloft waer den Keyser schattinge te geven: de Sadduceen meynden hem te verstommen over de opstandinge der doden: de Wet-geleerde quam vragen welke het grootste gebod was in de Wet: Dog de Heere antwoorde haer alle so wel, datse beschaemt wech gingen, Matt. 22.34. De Pharizeen hoorden, dat hy den Sadduceen de mond gestopt hadde, Matth. 11.15, 16, 19, 22, 24, 33, 35, 37.