c. Vr.
Heeft de Heere dit so laten henen gaen met en blote beantwoordinge van die vragen?
Antw. Neen hy: Maer hy vraegde haer ook, wiens Sone de Christus soude wesen: En als sy niet konden antwoorden, dewijle hy Davids Sone zijn soude, hoe dat hem dan David sijn Heere noemde: so begon hy scherpelijk haer leven te bestraffen, sprekende een veelvuldig wee over haer uit, Matth. 23.17. Wee u gy blinde Leids-lieden, Matth. 23.13, 15, 23, 27, 34.