a. Vr.
Waerom wilden sy een Koning hebben?
Ant. Dewijle Samuel nu was oud geworden, en dat sijn twee sonen, Joel, en Abia, die hy tot Regteren in sijn plaetse had gestelt, niet wel en leefden, soo meynden sy, na het exempel van andere Volkeren, door een Koning beter bewaert te sullen zijn, 1 Sam. 8.5. Sy seiden, siet, uwe sonen en wandelen niet in uwe wegen, 1 Sam. 8.1, 3.